Zorgstructuur uitgebreid

Structuur leerlingenzorg

De aansturing van de leerlingenzorg op onze school is in handen van directeur mevrouw A. Molleman. Onder haar functioneert de zorgcoördinator van onze school, mevrouw M. Besselink .
De zorgcoördinator is het 'gezicht' en het eerste aanspreekpunt van de leerlingenzorg.

 

De school heeft het schoolondersteuningsprofiel Dialoogschool opgesteld. Dit is een soort zorgplan voor de komende vier jaar. Het is beschikbaar via de publieksversie van  SWV Zutphen.

Met de komst van passend onderwijs hanteren we als school de volgende indeling van de leerlingenzorg:

A)Basisondersteuning: dit is ondersteuning die door elke school voor Praktijkonderwijs in ons samenwerkingsverband wordt aangeboden 

B)Extra ondersteuning: dit is ondersteuning voor leerlingen met bijzondere onderwijsbehoeften. Voor hen vraagt de school verschillende ondersteuningsarrangementen aan


A)Basisondersteuning 

De ondersteuning van leerlingen neemt op onze school een belangrijke plaats in. Een goede ondersteuning voor alle leerlingen zien we als een missie. Dat betekent 'zorg op maat' voor alle leerlingen. We werken met een ontwikkelperspectief. Dat is een persoonlijk begeleidingsplan met een te verwachten uitstroomperspectief. Ouders en leerling worden betrokken bij de totstandkoming van dit plan.

De leerlingen worden zo goed mogelijk begeleid door het Praktijkonderwijs Zutphen. Zowel met betrekking tot de schoolvorderingen als bij hun persoonlijke vragen. Daarom zijn aan docenten en directieleden (speciale) taken toegewezen, waarvan de belangrijkste hieronder worden uitgelegd.

  • De mentoren krijgen jaarlijks een klas of groep toegewezen. Zij zijn in de dagelijkse gang van zaken het aanspreekpunt voor de leerlingen. Zij onderhouden in eerste instantie de contacten met de ouders of verzorgers. Indien nodig bespreken zij de bevindingen van de leerlingbespreking met de ouder(s) en / of de leerlingen. Mentoren hebben belangrijke taak in het signaleren van problemen Zij kunnen leerlingen met adviezen hulp bieden. Zij hebben contact met de vakdocenten.
  • De vakdocenten hebben  ook een belangrijke taak in het signaleren van problemen. 
  • De teamleiders zijn de eindverantwoordelijken voor het geheel van de onderwijskundige gang van zaken en de leerlingbegeleiding van hun afdeling. Mentoren, coördinatoren, leerlingbegeleiders en hulpverleners overleggen vooral met de teamleider over de resultaten, moeilijkheden en problemen van de leerlingen.
  • De coördinatoren zijn aan de teamleiders toegevoegd en dragen met hen de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het onderwijskundige beleid en voor de zorg rond de leerlingen van hun leerjaren. Zij werken nauw samen met de mentoren, de leerlingbegeleiders en de vakdocenten.

 Waar nodig voorziet de school in extra begeleiding:

  • De begeleiding door het ILO

Als de ondersteuning van de mentor ontoereikend is , kan de leerling via de lijn mentor –zorgcoördinator aangemeld worden bij het Intern Leerlingen Overleg (ILO). Zo kan er snel en adequaat gehandeld worden. De zorgcoördinator is voorzitter van het ILO.

In een vergadering van het ILO wordt besloten wie de betreffende leerling gaat begeleiden: de orthopedagoog, de schoolinterne schoolmaatschappelijk werker, onderwijsgeneralist, gezinsgeneralist, logopedist. Het ILO heeft ook regelmatig contact met de leerplicht en met de politie. Als het nodig is, zal het ILO doorverwijzen naar externe hulpverleners. In 2015-2016 bouwen  we verder aan de lijn school- CJG die door de gemeenten wordt geregeld.

  • Pesten

De school vindt het aanpakken van pestgedrag van groot belang en gebruikt daarvoor een protocol. Het blijft nodig om jaarlijks aandacht te besteden aan dit verschijnsel.

  • Faalangstbegeleiding / training sociale vaardigheden

Tijdens het schooljaar zal in enkele leerjaren een gerichte training gegeven worden aan jongeren die cognitieve of sociale faalangst hebben. Ook kunnen leerlingen een sociale vaardigheidstraining volgen.  

  • Leerplichtambtenaar

Als er sprake is van (ongeoorloofd) verzuim wordt het officieel gemeld bij de leerplichtambtenaar. 

Bij veel verzuim roept de schoolarts of leerplichtambtenaar de leerling en ouders op. In het gesprek komt aan de orde hoe het beter kan  en wat hiervoor nodig is.
De leerplichtambtenaar houdt spreekuur. De leerplichtambtenaar onderhoudt nauw contact met de zorgcoördinator. Doel is de leerlingen bij de les krijgen en houden.

  • Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

School hanteert de Meldcode. Hierin staat onder andere wanneer we als school een melding doen bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). In principe zullen we de ouder(s)/verzorger(s) hierin altijd betrekken. Alleen als het in het belang van de veiligheid van de leerling niet anders kan, zijn we genoodzaakt deze stap over te slaan.

De voorzitter van het ILO vervult een spilfunctie in het komen tot een melding AMK. Als het tot een melding komt, is de directie hiervoor verantwoordelijk.

De Meldcode houdt in dat er bij vermoedens van kindermishandeling of huiselijk geweld altijd vijf stappen gevolgd worden:

1. Het in kaart brengen van de signalen.

2. Het vragen van advies aan deskundigen.

3. Het praten met de ouder(s) en/of de leerling.

4. Het afwegen van de informatie uit de vorige stappen.

5. Een besluit nemen en (indien nodig) het ondernemen van actie (bijvoorbeeld een melding doen).


B)Extra ondersteuning

In de extra ondersteuning biedt onze school de volgende arrangementen:

  • mbo niveau 1

Het betreft alle niveau-1-trajecten(wordt ingekocht i.v.m. het ontbreken van een accreditatie examinering mbo). Daarnaast worden ook branchegerichte cursussen gegeven; door de branche erkend en ook met extern ingekochte examinering. En verder korte cursussen: trekker, heftruck, , lassen, etc.

  • Reboundvoorziening

Het OZC is een reboundvoorziening waar leerlingen (maximaal) 12 weken verblijven.
Naast het volgen van onderwijs is het verblijf in deze voorziening gericht op gedragsverandering van de leerling, zoals het verbeteren van de werkhouding, een toename van sociale vaardigheden en het verminderen van probleemgedrag.

De mentor van de leerling verzorgt op afstand het onderwijs aan de leerlingen in de reboundvoorziening. Voor het onderwijskundige gedeelte is de mentor van de leerling de belangrijke schakel tussen school en rebound. Voor de begeleiding (gedrag enz.) is dat de begeleider van het ILO. 

De rebound heeft een eigen mentor die geholpen wordt door een zorgassistent. De groep die zij begeleiden, bestaat uit maximaal acht leerlingen. Ook wordt gebruikgemaakt van externe hulpverlening. De leerlingen verblijven doorgaans van 08.30 uur tot 15.30 uur in de rebound. Het dagprogramma bestaat uit onderwijs, gesprekken, trainingen en ontspanning.

  • Maatwerk voor de clusters  2 en 3

Arrangementen fysiek medische ondersteuning. We bieden voor cluster 2 drie arrangementen aan: licht, medium en zwaar.. Cluster 2 auditief (gehoor en spraak) en cluster 3 jongeren met lichamelijke handicaps, langdurig zieke leerlingen, etc. Veelal zullen we het zware arrangement als school niet (kunnen) bieden. Ook bij een medium arrangement vindt eerst overleg plaats met deskundigen van dit cluster en wordt per leerling bekeken of we een passende plek op onze school kunnen bieden. 

Naast een ambulant begeleider zal vooral de mentor (of een specialist in dit cluster) op de locatie de leerling extra ondersteunen. Veelal zal dit neerkomen op een stukje maatwerk; deze ondersteuning is dan terug te vinden in het ontwikkelperspectief